Zet de geldpers aan

Wie geld schenkt aan een goed doel, mag dat bedrag aftrekken van de belasting. Wie een licentiepapiertje uit zijn printer laat rollen, mag dat ook. Lees en huiver.

In Nederland bestaat de zogenaamde ANBI-beschikking. ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling – een “goed doel” dus, met een goedkeuringsstempel van de Belastingdienst. Een ANBI word je niet zomaar, je moet daarvoor een aanvraag indienen bij de Belastingdienst te Den Bosch.

Iemand die vervolgens geld (of goederen) schenkt aan de ANBI, mag dit aftrekken van de belasting. Het idee erachter is natuurlijk, dat de overheid (in dit geval meer specifiek: de Belastingdienst) het fijn vindt, wanneer iemand een gift doet aan de Maatschappij. En als je je geld dan toch al weggeeft, hoef je er niet nog eens belasting over te betalen – zal de achterliggende gedachte zijn.

Voor financiële giften is de rekensom simpel: het bedrag dat je schenkt, komt in mindering op de belasting (met, voor bedrijven, een maximum van tien procent van de winst). Voor schenkingen in natura mag je afrekenen op basis van de marktwaarde. “De waarde in het economische verkeer” zegt de Belastingdienst. Ik geef een televisie met winkelwaarde 300 euro weg – dan mag ik die winkelwaarde van de belasting aftrekken. Mits ik natuurlijk zelf een winkel ben en het een nieuwe televisie betreft. Een fabrikant van televisies moet wellicht een andere marktwaarde berekenen – een fabrikant levert immers aan groothandels en die betalen een lagere prijs.

Dat gaat goed, zolang de marktwaarde de productiewaarde benadert. Maar  als we nou software weggeven, of medicijnen? Dan rekent de Belastingdienst in principe ook de marktwaarde met je af. Zoals iedereen weet, zijn de reproductiekosten (kopieerkosten) van software (en van veel medicijnen) nagenoeg nihil. Dat leidt tot een merkwaardige situatie.

Stel, ik ben een grote softwarefabrikant. Iedereen gebruikt mijn software, omdat iedereen mijn software gebruikt (dat noemen we: Regel 1). Mijn software is duur – eigenlijk veel te duur voor de non-profitsector. Mijn marktwaarde in die sector (het bedrag dat ik in de sector kan verdienen) is dan ook klein; mijn marktaandeel is wel wat hoger, want sommige organisaties gebruiken mijn software illegaal. Maar die overtreders zijn daar zelf ook niet gelukkig mee en ze kijken allemaal geïnteresseerd naar open-source software. Dat laatste vind ik weer niet zo’n prettig idee, want dat zou anderen wel eens op datzelfde idee kunnen brengen en dat brengt mijn hele markt in gevaar (zie Regel 1).

Samengevat komt het erop neer, dat ik in deze markt, in geld gerekend, nauwelijks iets te verliezen heb; terwijl er in marktaandeel (en met name het behoud daarvan) veel te winnen valt.

Wat ga ik doen? Ik ga in deze sector softwarelicenties cadeau doen. En ik zei het al: we zijn duur. Toch zijn er wel verschillen: de eenvoudigste versie van onze software kost nog geen tweehonderd euro, terwijl de duurste versies misschien wel duizend euro doen. Maar ik ben de lulligste niet: ik schenk de non-profitsector (meer specifiek: de ANBI’s) de duurste variant.

Een rekenvoorbeeld

Voor een rekenvoorbeeld kiezen we vijftig ANBI’s uit; die mogen allemaal maximaal twintig setjes softwarelicenties bestellen. Een softwarelicentie is het gebruiksrecht voor die software, het is niet de software zelf. De ANBI’s hebben dus nog het medium nodig, dat is de DVD waarmee je de software kunt installeren. Dat medium verkoop ik aan ze en ik noem de verkoopprijs “administratiekosten”. Dat kost ze – bijvoorbeeld – dertig euro.

Nu de berekening. Uitgaven:

  • Vijftig maal de reproductiekosten van een DVD – ongeveer dertig cent per stuk, dus in totaal ongeveer vijftien euro.

Aan de inkomstenkant staat daartegenover:

  • Vijftig maal dertig euro “administratiekosten”, dus ongeveer vijftienhonderd euro.
  • Een miljoen euro (vijftig ANBI’s, maal twintig licenties, maal duizend euro) belastingaftrek; uitgaande van het huidige tarief levert dat netto ongeveer 240.000 euro op.
  • Public Relations: ik geef aan goede doelen.
  • Regel 1 wordt bevestigd, zelfs bij organisaties die het helemaal niet kunnen betalen!

Tel uit je winst: maximaal 10% van je winst, met ongeveer 25% vennootschapsbelasting: dat is toch een leuke 2,5% gratis geld.

Er zitten trouwens nog wat adders onder het gras ook:

  • Wanneer ik mijn softwarelicenties weggeef, doe ik daar een contract bij, waarin ik aangeef, dat de licenties niet verhandeld mogen worden.
  • Dat maakt de marktwaarde feitelijk nihil, maar dat kan mij niets schelen – als de Belastingdienst er maar niet over nadenkt.
  • Die belastingaftrek is trouwens toch maar bijzaak. Veel belangrijker is het, dat ik op deze manier mijn markt afscherm: zo voorkom ik, dat de concurrent voet aan de grond krijgt. (Daarom geef ik mijn software ook weg aan het onderwijs trouwens – maar daarover een andere keer).
  • Als ik de clausule laat vervallen (verhandelen mag, voortaan), dan zullen er bovendien maar weinig ANBI’s zijn die dat gaan doen – niemand wil zichzelf  tenslotte buitensluiten van Regel 1.
  • Prijsdumping wordt op basis van productiekosten berekend, dus de mededingingswet doet niet ter zake (nog afgezien van het feit, dat “de markt voor non-profit-organisaties” in juridisch/economische zin vermoedelijk niet eens bestaat).

De remedie? Voor de korte termijn zou het goed zijn, als de verhandelbaarheid van licenties opgenomen zou worden in de beoordeling van de waarde in het economisch verkeer. Dat levert de schatkist waarschijnlijk enkele snel verdiende miljoenen op. Maar beter is het, wanneer de berekening van marktwaarde van licenties eens kritisch tegen het licht gehouden wordt. Geld drukken is volgens mij voorbehouden aan de overheid.

2 Replies to “Zet de geldpers aan”

  1. Valentijn, geweldige uitleg.
    De enige waar je naast zit (maar wat hier niet echt toedoet) is “Geld drukken is volgens mij voorbehouden aan de overheid”. Dit is fout. Dat doen de commerciële banken, niet eens de centrale bank die alleen zegt hoeveel er per commerciële bank bij gedrukt kan worden. De centrale bank is volledig “onafhankelijke instantie”, noemen ze dat. Ten minste wel afhankelijk van welke dan ook overheid. Maar niet onafhankelijk van de banken – immers, het is een voorzitter van een gesloten clubje van de commerciële banken. Overheid heeft al lang geen toegang tot geldpers, ze kan die machine indirect wel sneller laten lopen, that’s it.
    Voor de rest een heel mooi blogje.

  2. Valer, je hebt helemaal gelijk, mijn slotopmerking deugt niet en daar was ik me ten tijde van het schrijven ook wel van bewust. Houd het dus maar op dichterlijke vrijheid.

Comments are closed.